Blog

Milieu-impact van gloeilampen: deel 2

Zoals wij in ons vorige bericht al zeiden – als je overschakelt van de traditionele gloeilampen naar een van de moderne opties – wordt je veel “groener”. De meest voorkomende spaarlampen zijn LED lampen en CFL lampen. Zoals je waarschijnlijk weet, staat LED voor “Light Emitting Diode” of een lichtgevende diode. En CFL betekent compact fluorescerend licht.

Hoewel deze moderne opties zowel voor- als nadelen hebben, zijn ze over het algemeen milieuvriendelijker dan de gloeilampen. In dit bericht vind je belangrijke informatie over de drie populairste lamptypen – gloeilampen, LEDs en CFL-lampen. Wij gaan praten over hun totale impact op het milieu. Materialen die nodig zijn voor de vervaardiging, productie, levensduur en stroomverbruik – daar gaan wij rekening mee houden. In dit deel 2, gaan we op productie en energieverbruik van de lampen focussen. Voor de componenten en materialen van de lampen kan je deel 1 lezen.

LED

Productieproces van gloeilampen en de impact ervan op het milieu

Van de informatie over de noodzakelijke materialen kunnen wij tot conclusie komen dat traditionele gloeilampen het minst gecompliceerde proces nodig hebben. Daarna volgen CFL lampen. LED lampen vereisen het meest gecompliceerde proces.

De productie van LED’s en CFL’s varieert enorm in grootte, kwaliteit en gebruikte elektronica. CFL’s hebben ook een extra nadeel – ze gebruiken kwik om licht te produceren. Kwik is een giftig gas, dus de kamers waar deze lampen worden gebruikt moeten heel goed geventileerd worden. Maar zulke ventilatie is alleen noodzakelijk als een lamp kapot gaan. Tijdens normale werking hoeft het helemaal niet.

Het grootste nadeel van CFLs en vooral van LEDs is dat ze meestal in stappen zijn geproduceerd. Deze stappen worden uitgevoerd op verschillende fabrieken, elk fabriek specialiseert zich meestal op één stap. Dit betekent dat er veel fabrieken zijn gebouwd, wat ook bronnen vereist. Bovendien, vereist het proces veel transport voordat we het eindproduct krijgen. Een ander nadeel van LED lampen is dat er tegenwoordig niet zo veel fabrieken zijn waar ze worden geproduceerd. Ze moeten dus nog meer reizen om hun eindgebruiker te bereiken.

Stroomverbruik van gloeilampen en hun impact op het milieu

Ondanks het feit dat traditionele gloeilampen veel goedkoper zijn om te produceren en te transporteren, zijn ze toch het minst milieuvriendelijk. In dit deel van het bericht gaan we zien waarom het zo is.

Ten eerste, hebben de CFL lampen en vooral de LED lampen veel langere levensduur dan de gloeilampen. De levensduur van een enkele LED lamp is gelijk aan de levensduur van 3 CFL’s of de levensduur van 22 gloeilampen. Dus op lange termijn verbruiken de LED lampen toch het minst materiaal.

Veel mensen praten over kwik, als ze willen zeggen dat CFL lampen helemaal niet zo milieuvriendelijk zijn in vergelijking met traditionele gloeilampen. Echter is dat argument niet geldig. Het feit is dat de hoeveelheid kwik in CFL’s minder belangrijk is dan het aantal kwik uitgestoten door kolengestookte centrales tijdens de productie van gloeilampen. Tijdens zijn levensduur kan een gloeilamp 18 mg kwik uitzenden. Terwijl een CLF lamp ongeveer 9 mg kwik uitzendt tijdens zijn veel langere levensduur. Dit aantal houdt ook rekening met kwik die uitgestoten wordt door kolencentrales.

Conclusie

Over het algemeen gebruiken LED lampen en CFL lampen ongeveer 25% van de energie van traditionele gloeilampen,

 

Milieu-impact van gloeilampen: deel 1

Met zo veel milieu-impact van grote bedrijven is het moeilijk om je voor te stellen dat jouw kleine keuzes ook effect hebben. De grote milieuvragen van lucht- en watervervuiling trekken tegenwoordig veel aandacht. Nog meer aandacht wordt aan de opwarming van de aarde en klimaatverandering besteedt. Maar jouw kleine keuzes zijn ook van belang. Of het gaat over jouw keuze van voedsel, drankjes of het type lampen je gebruikt, – jij hebt invloed. Als je van de traditionele gloeilampen overschakelt naar een van de moderne opties – wordt je veel “groener”.

De meest voorkomende spaarlampen zijn LED lampen en CFL lampen. Zoals je waarschijnlijk weet, staat LED voor “Light Emitting Diode” of een lichtgevende diode. En CFL betekent compact fluorescerend licht.

gloeilampen

Hoewel deze moderne opties zowel voor- als nadelen hebben, zijn ze over het algemeen milieuvriendelijker dan de gloeilampen. In dit bericht vind je belangrijke informatie over de drie populairste lamptypen – gloeilampen, LEDs en CFL-lampen. Wij gaan praten over hun totale impact op het milieu. Materialen die nodig zijn voor de vervaardiging, productie, levensduur en stroomverbruik – daar gaan wij rekening mee houden. In dit deel 1, gaan we op de componenten en materialen van de lampen focussen. Voor de productie en energieverbruik van de lampen kan je deel 2 lezen.

Gloeilampcomponenten en materialen die voor hun productie worden gebruikt

Ten eerste, willen we zeggen dat de productie van gloeilampen natuurlijk varieert tussen bedrijven en de informatie zal worden gegeneraliseerd. Alle drie soorten die we hier analyseren gebruiken vertind staal voor de Edison-schroef, maar gloeilampen vereisen geen specifieke drivers. CFL lampen en LEDs hebben zulke drivers wel nodig. Deze drivers bestaan uit verschillende printplaten, weerstanden, transistoren, inductoren, condensatoren, dioden en koperdraad. Dit maakt ze uiteraard wat groter dan de traditionele lampen. LED lampen hebben ook extra Teflon-slangen nodig voor de isolatie van het circuit. Maar het grootste verschil komt uit de manier dat de lampen licht produceren.

CFL lampen gebruiken kwik als een gloeiend gas, electroden werken ook als een gloeidraad. Bovendien hebben ze ook plastic, glas en koperdraad nodig voor de behuizing. LED gebruikt vergelijkbare materialen voor de behuizing, maar een LED-module om het licht te leveren. Deze module bestaat uit LED-matrijs, aluminium, kunststof en koperdraad. Tegenwoordig hebben LED lampen ook extra koellichamen nodig, die hun koeling en langere werking mogelijk maken. Deze koellichamen vereisen extra aluminium, koper en kunststof. De traditionele gloeilampen zijn in vergelijking daarmee redelijk makkelijk. Ze gebruiken wolfraam als een gloeidraad.

Dus, als we alleen over de noodzakelijke materialen denken, dan vereisen de gloeilampen het minste materiaal. Hun gemiddelde gewicht is 31 gram. Dan komen de CFL lampen met een gewicht van ongeveer 100 gram. LEDs vertegenwoordigen de meest materiaal consumerende technologie. Hun gemiddelde gewicht is 185 gram. Deze nummers zijn gemiddeld. Er bestaan ook sommige LED lampen die lichter zijn dan sommige CFL lampen. Maar de algemene conclusie is dat gloeilampen het minst materiaal vereisen, terwijl de LED-lampen het meest materiaal nodig hebben voor hun productie.

Dit brengt ons naar de kwestie van montage en distributie van verschillende soorten gloeilampen. Daarover lees je hier.

Schoonmaakmiddelen en het milieu

Tegenwoordig wordt het water van onze huizen schoon gemaakt door de waterzuiveringsinstallaties. (Wij hebben het hier natuurlijk over ontwikkelde landen, in ontwikkelingslanden is de situatie nog veel slechter). Echter, die waterzuiveringsinstallaties zijn niet helemaal voldoende om het water met alle soorten schoonmaakmiddelen helemaan schoon te maken. Daarom eindigen kleine hoeveelheden chemische verbindingen van reinigingsproductenin in de rivieren, vijvers en meren. Deze chemische verbindingen hebben natuurlijk schadelijke effecten op het waterleven.

Fosfaten in was- en afwasmiddelen hebben een bemestend effect. Ze activeren dus de wijdverspreide groei van algen, die de zuurstof van het water wegsappen. Dit leidt tot vermindering van de biodiversiteit.

Oppervlakte-actieve stoffen verminderen waterspanning. Dit heeft als resultaat dat andere vervuilende stoffen makkelijker worden geabsorbeerd door verschillende planten en dieren. Heel veel andere verbindingen zijn giftig of hebben effecten op de groei en reproductie van wilde dieren.  Sommige kunnen zelfs de effecten van specifieke hormonen in zoogdieren en vissen nabootsen.

schoonmaakmiddelen

Giftige chemicaliën

De niet-biologisch afbreekbare en giftige chemicaliën van schoonmaakmiddelen  vormen het grootste probleem. Er zijn duizenden chemicaliën die algemeen gebruikt worden, veel van deze zijn nooit voor de milieuveiligheid getest. Zulke middelen vervuilen stromen en rivieren. Bovendien, duurt de decompositie naar onschadelijke producten vaak heel lang. Sommige vervallen helemaal niet en blijven dus bestaan in het milieu. Deze chemicaliën worden opgegeten door waterdieren en daarom uiteindelijk door de mensen. Je kunt meer informatie over verschillende soorten chemicaliën op de Natural Collection website vinden. Deze website biedt een overzicht van de huidige problemen en wat interessante referenties.

Wat je kan doen

Sommige mensen adviseren om minder schoonmaakmiddelen te gebruiken. Zeep in plaats van douchegel en haarwasmiddel werkt voor sommige mensen bijvoorbeeld wel. Het is nog beter als die zeep aan een touw verkocht wordt, in dit geval heb je niet eens een verpakking om weg te gooien – helemaal groen! Maar we weten allemaal dat zand toch niet zo goed is voor de afwas als en afwasmiddel, en dat zuiveringszout je tanden niet zo zchoon maakt als een tandpasta. Bovendien, is het ook redelijk moelijk te vinden, en niet zo helemaal gezond. Het is niet zo makkelijk, maar je kan altijd proberen om minder middelen te gebruiken.

Maar wat kan je dan doen, om jouw ecologische voetafdruk toch wat kleiner te maken, en voor het milieu te zorgen? Zoals met alle andere producten, zoals de voedselproducten en zelfs de melk, moet je altijd de labels lezen. Als je je over sommige ingrediënten zorgen maakt – vind maar meer informatie daarover. Internet biedt tegenwoordig veel informatie over verschillende soorten chemische verbindingen. Vaak kan je alles wat je nodig hebt gewoon op Wikipedia vinden. Veel fabrikanten bieden deze informatie zelfs op hun eigen websites.

Zoek altijd de producten uit die geen twijfelachtige ingrediënten bevatten. Veel fabrikanten zeggen dat ze tegenwoordig  toiletartikelen zonder parabenen maken. De gevaarlijke parabenen zijn: SLES, SLS, EDTA, DEA or TEA.

Schoonheidsmiddelen

Vrouwen gebruiken over het algemeen meer schoonheidmiddelen dan mannen. Het is dus ook belangrijk om te weten of deze producten gevaarlijk zijn voor het milieu. De campagne van Women’s Environmental Network biedt veel informatie over de problemen, met factsheets, checklists, ideeën voor actie en links naar rapporten.

Plantaardige melksoorten: deel 2

In ons vorige bericht vond je informatie over de voordelen van plantaardige melksoorten. Je vind daar ook een gedetailleerde analyse van twee populairste melksoorten – sojamelk en amandelmelk. Hier geven we voor- en nadelen van andere populaire plantaardige drankjes: kokosmelk en rijstmelk.

Rijstmelk

Smaak en schijn

Rijstmelk is een beetje zoet, maar meestal is het minder zoet dan amandelmelk. Het heeft een waterige textuur en smaakt over het algemeen niet zo slecht. Veel mensen vinden dat hij goed met ontbijtgranen werkt, maar koffieliefhebbers vinden dat gewone koemelk toch beter is voor je capuccino.

Milieuoverwegingen

Rijst is een van de meest geplante graanproducten wereldwijd. Het wordt dus heel intensief gekweekt. Het is vanzelfsprekend dat rijst veel water nodig heeft, gezien het feit dat het in overstroomde velden gegroeid wordt. Deze velden zijn soms ook met arsenicum vervuild. Het goed nieuws is dat er tegenwoordig nieuwe soorten rijst zijn ontwikkeld. Deze nieuwe soorten moeten rijst kweken minder intensief maken. Het nadeel daarvan is dat deze ontwikkelde soorten genetisch gemodificeerd zijn. Veel mensen wereldwijd geloven dat genetisch gemodificeerd eten niet veilig is voor de mensen.

Gezondheidsvoordelen

Voordelen: Rijstmelk is de minst allergene van alle plantaardige melksoorten. Commercieel beschikbare rijstmelk is meestal met calcium en vitamine D verrijkt, maar het is geen natuurlijke bron van een van deze twee.

Nadelen: Rijstmelk is heel rijk aan koolhydraten en bewat heel weinig eiwitten. Het is dus de minst wenselijke keuzevoor mensen die meer eiwit in hun dieet willen, zoals atleten of ouderen. Het is natuurlijk ook niet zo goed voor mensen met diabetes.

Kokosmelk

Smaak en schijn

Kokosmelk wordt van gemalen vlees van een oude(bruine) kokosnoot gemaakt. Verwar het niet met kokoswater – een vloeistof rechtlijnig in een jonge kokosnoot ontdekt. Hij is beige gekleurd en heeft een rijke kokos smaak.

Milieuoverwegingen

Het is naturrlijk heel moelijk om zeker te zeggen welke melksoort het minst milieuimpact heeft. Maar als we zouden moeten kiezen – zouden we toch voor kokosmelk gaan. Kokospalmen hebben minder water nodig dan andere planten waarvan je “melk” kan maken, en natuurlijk veel minder water dan koeien. Je moet wel in de gaten houden dat deze smakelijke vruchten in de tropische gebieden groeien – vooral Indonesië, de Filippijnen en India. Daarom zijn er altijd een transportgerelateerde koolstofemissies. Gelukkig zijn kokospalmen niet gekoppeld met ontbossing die palmolie zo verschrikkelijk maakt.

Verder zijn er altijd mensenrechten om te overwegen. Kokosnootboeren werken vaak in vreselijke armoede – 60% van hun in Filippijnen, bijvoorbeeld. Het grootste voordeel hier is dat er wel opties bestaan die de mogelijke negatieve risico’s  verminderen. Biologische producten gebruiken minder (of geen) pesticides, en nog beter Fair Trade-gecertificeerde producten zorgen ervoor dat boeren goed betaald zijn.

Gezondheidsvoordelen

Rond 93% van kokosmelk calorieën komen in de form van vetten. Dat omvat ook verzadigde vetten die bekend zijn als medium-chain triglycerides (MCT’s). MCT’s gaan van het spijsverteringskanaal rechtstreeks naar de lever, waar ze voor energie- of ketonproductie worden gebruikt. Ze worden daarom minder snel als vet opgeslagen. Bovendien, bevat een glas (240 gr) kokosmelk 5 gram eiwit, 13 gram koolhydraten, 11% van de ADH Vitamine C,  22% van de ADH van koper, en nog veel andere noodzakelijke vitaminen – en dat voor 552 calorieën.

Plantaardige melksoorten: deel 1

In ons vorige bericht hebben wij uitgelegd waarom koemelk eigenlijk heel slecht is voor het milieu. Het is heel logisch dat plantaardige producten veel minder impact hebben, omdat ze veel minder hulpbronnen nodig hebben. Energie en land zijn tussen de voorbeelden van zulke noodzakelijke bronnen.

Toch moet je over veel dingen nadenken als je een “groene” melk wil kiezen, met zo weinig mogelijk milieu-impact. Ten eerste, denk je over de smaak. Al heeft het weinig met duurzaamheid te maken, het is toch belangrijk. Als je het niet lekker vindt – ga je het echt niet drinken, zelfs als het de meeste milieuvriendelijke keuze is. Je moet hier ook geen melksmaak verwachten. Behalve de naam hebben plantaardige melksoorten niks gemeen met de koemelk. Het is eigenlijk jammer dat ze ook “melken” zijn genoemd, het veroorzaakt alleen maar valse verwachtingen.

Ten tweede, kunnen de melk-alternatieven redelijk duur zijn. Ten derde, moet je de voedingswaarde in de gaten houden. Vaak bevatten plantaardige melksoorten veel minder voedingsstoffen, dan de gewone koemelk. Bovendien, bevatten ze vaak toegevoegde suikers, die het nog minder gezond maken.

Verder, moet je altijd kijken of de verpakking recyclebaar is. En er is ook een kwestie van de oorsprong van de melk, want vaak moet hij veel reizen om naar jouw tafel te komen. Dat veroorzaakt koolstofdioxide uitstoot, wat natuurlijk ook niet zo milieuvriendelijk is.

Hieronder vind je een lijst van de populairste plantaardige melksoorten met hun milieu voor- en nadelen.

Soja melk

Smaak en schijn

Soja melk is meestal beige gekleurd, met de dichtheid die op koemelk lijkt. Maar qua smaak is het helemaal anders – best wel zuur, wat veel mensen niet zo lekker vinden.

Milieuoverwegingen

Tegenwoordig wordt soja heel intensief gekweekt, wat natuurlijk grote landbouwgebieden vereist. Het is heel populair wereldwijd als voedsel voor mensen en vee. Bovendien wordt het ook tijdens de productie van biobrandstof gebruikt. Vanwege deze redenen worden grote delen van het Amazone regenwoud gekapt om soja te groeien, wat uiteraard slechte gevolgen heeft voor de leefgebieden van verschillende dieren, voor het leven van inheemse mensen, en ook voor het milieu.

Tip

Koop biologische soja melk, van soja die niet uit de Amazone regenwoud  gekwekt wordt. In 2006 hebben de Braziliaanse vereniging van plantaardige olie-industrieën (ABIOVE) en de Internationale Coalitie voor Graanhandel (ANEC) een “Soja Moratorium” getekend. Volgens deze Moratorium kopen ze geen soja van de Amazone gebieden die na deze datum  gekapt werden. Je moet dus goed naar de verpakking kijken om te zien of fabrikant een lid is van ABIOVE of ANEC. Hier vind je meer informatie over de Soja Moratorium.

Amandelmelk

PLantaardige_melk_amandelen

Smaak en Schijn

Beige gekleurd en redelijk waterig. Amandelmelk smaakt een beetje zoet en natuurlijk wat nootachtig. In het algemeen smaakt het als dat klein beetje melk dat je in je kom ontbijtgranen hebt nadat je alle granen opgegeten hebt.

Milieuoverwegingen

De grootste zorg van deze plantaardige melk is dat amandelen veel water nodig hebben. De geschatte hoeveelheid water voor één amandel is 4 liters. Dat is natuurlijk veel, maar een tomaat heeft er nog meer van nodig. Het probleem met de amandelen is dat de meeste (80%) in Californië worden gekweekt. En daar is het over het algemeen heel droog. Amandel-productie gebruikt ongeweer 10% van de totale watervoorziening van de staat.

Gezondheidsvoordelen

Amandelmelk heeft wel wat voordelen voor je gezondheid, maar vooral als je hem zelf thuis maakt. De alternatieven die meestal in de supermarkten zijn te vinden, bevatten verschillende toegevoegde ingrediënten, die soms zelfs slecht voor je zijn.

Als je over andere melkalternatieven wil weten, lees dan ons volgende bericht!

Is vegetarisch zijn goed voor het milieu?

Is vegetarisch eten goed voor het milieu?

Tegenwoordig gelooft bijna iedereen dat vegetarisch eten beter is voor het milieu dan vlees eten. Zelfs vleeseters geloven daar in. Veel van ze proberen dus minder vlees te consumeren. Sommige vleeseters eten het nu alleen maar bij speciale gelegenheden. Als een gevolg daarvan is de vleesconsumptie in Europa in de laatste jaren flink afgenomen. Als een ander gevolg daarvan hebben wij nu een heleboel nieuwe woorden: flexitarian, reducetarian, enzovoort… Maar ja, iedereen lijkt te denken dat zijn beslissingen over zijn dieet zo ongelooflijk belangrijk zijn, dat het een nieuw woord verdient. Echter is dat niet een dergelijk hoge prijs voor een duurzame maatschappij.

vegetarisch eten goed voor het milieu

Maar is vegetarisch eten echt zo goed voor het milieu?

Duurzaamheid van voedsel meten

Iedereen is het mee eens dat een vegetarisch dieet gezond is. Meerdere onderzoeken tonen ook dat het vegetarisch dieet inderdaad een kleinere ecologische voetafdruk heeft [1]. Het was ook aangetoond dat het populairste vlees – rundvlees – een grote negatieve invloed heeft op het milieu. Maar het gaat hier alleen over rundvlees – en niet andere vleessoorten.

Verschillende onderzoeken laten ook zien dat sommige gemeenschappelijke overtuigingen minder waar zijn. Bijvoorbeeld geloven veel mensen dat het duurzamer is om seizoensgebonden groenten en fruit te eten. Maar eigenlijk zijn de opbrengst en landbouwmethoden van de fabrikanten veel belangrijker [2]. Tegenwoordig geeft seizoensgebondenheid vaak geen voordelen voor het milieu.

Het grootste probleem is voedselverspilling. Rond 20% van de voedselaankopen eindigen als voedselverspilling. En de verliezen van de voedselvoorzieningsketen kunnen zelfs groter zijn dan dat. Natuurlijk verhoogt de voedselverspilling ook de ecologische voetafdruk. Dit effect werkt tegen de positieve voordelen. Verse groenten en fruit hebben een grotere kans om te verworden en weggegooid te worden, dan vers vlees en vis.

Is het dan echt beter voor het milieu?

Helaas kunnen we tegenwoordig niet zeggen dat een vegetarisch, een veganistisch of een vlees dieet duurzamer is. Het komt omdat alle voedselproducties in principe duurzaam kunnen zijn. Als ze zo weinig mogelijk verspilling veroorzaken, maar ook als ze positieve gevolgen hebben voor de gezondheid. Nu is het vooral afhankelijk van de fabrikant, of het product duurzaam is of niet. Het type product heeft veel minder invloed.

Er zijn natuurlijk ook verschillende trade-offs, als je je voedsel kiest. Bijvoorbeeld, is het overal bekend dat lokale produkten eten beter is voor het milieu. Bijgevolg werd luchtvracht van sperziebonen van Kenia naar het Verenigde Koninkrijk als niet duurzaam beschouwd. Hoewel het ook 1.5 miljoen mensen in de armste gebieden van Afrika ondersteunt.

De beste manier

Consumenten moeten de afwegingen goed begrijpen. Ze moeten ook actuele informatie hebben over de duurzaamheid van verschillende producten. We moeten ook heel goed begrijpen dat dagelijkse voedselverspilling ieder dieet niet duurzaam kan maken. Onafhankelijk van het type – of het veganistisch, vegetarisch of vlees is.

[1] Stephen Clune, EndaCrossin, Karli Verghese: Systematic review of greenhouse gas emissions for different fresh food categories. Journal of Cleaner Production, Volume 140, Part 2, 1 January 2017, Pages 766-783 https://doi.org/10.1016/j.jclepro.2016.04.082

[2] ChrisFoster, CatarinaGuében, MarkHolmes, JeremyWiltshire, SarahWynn: The environmental effects of seasonal food purchase: a raspberry case study. Journal of Cleaner Production Volume 73, 15 June 2014, Pages 269-274 https://doi.org/10.1016/j.jclepro.2013.12.077

Koemelk en het milieu

Veel mensen maken zich tegenwoordig zorgen over de ecologische voetafdruk van de vlees- en zuivel- producten. In de laatste 10 jaren werd dit thema bijzonder populair dankzij het rupport  Livestock’s Long Shadow van de Verenigde Naties. Het in 2006 gepubliceerde rapport verklaarde dat vee verantwoordelijk was voor meer dan 18% van broeikasemissies wereldwijd. Het kreeg natuurlijk ook aanzienlijke kritiek, maar sindsdien begonnen verschillende bedrijven pogingen om plantaardige producten te ontwerpen.

Nadelen van koemelk

Is koemelk  nou echt zo slecht als sommige mensen denken? Wij praten hier over milieu nadelen, niet over de invloed op de gezondheid. We kunnen niet zeker zeggen, of koemelk minder of meer duurzaam is dan plantaardige melk, maar het is helaas duidelijk dat het wel een aanzienlijke impact op he milieu heeft.

koemelk

Ten eerste, heb je de productie van koe voedsel – namelijk granen. Dat kost veel land, meststoffen en heel veel water. Bovendien, zijn er natuurlijk de dieren zelf, die nog meer land en water nodig hebben dan de granen. Verder, moet de rauwe melk verwerkt worden wat redelijk veel energie kost. Daarna wordt het met koelwagens die nog meer energie gebruiken naar de markt gebracht. En als laatste, heb je ook altijd energie en materialen nodig om melk te verpakken.

Maar het belangrijkste van alle nadelen is methaanuitstoot. Door hun normale spijsvertering stoten koeien erg veel methaan uit – een gas dat 20 keer zo gevaarlijk is voor de atmosfeer als kooldioxide. De zuivelindustrie is verantwoordelijk voor 4 procent van de door de mens veroorzaakte uitstoot van broeikasgassen wereldwijd.  En er is ook een belangrijke kwestie van dierenwelzijn, waar we nu niet te diep in de discussie willen gaan.

Biologische koemelk

Biologische koemelk heeft inderdaad wat voordelen in vergelijking met de gewone melk. Maar deze voordelen zorgen meestal voor de koeien, niet voor het milieu. Bijvoorbeeld moeten de koeien “blij” zijn. Ze kunnen ook geen onnodige antibiotica krijgen. Terwijl het leuk is voor de koeien, worden water en klimaat effecten daar niet minder van.

Verder heeft biologische melk productie meer land nodig om hetzelfde aantal melk te produceren als conventioneele productie. Het komt door de afwezigheid van meststoffen en pesticiden. Echter is het meer energie-efficient om biologische melk te produceren. Bovendien, heeft biologische melk minder impact met betrekking tot uitspoeling van nitraat en fosfaat. Over het algemeen is er bijna geen verschil in milieu impacten van conventionele of biologische melkproducties.

Plantaardige melk

Wij kunnen redelijk zeker zegen dat plantaardige melk beter voor het milieu is dan koemelk… Over het algemeen hebben vegetarische producten een kleinere milieu impact, omdat ze veel minder hulpbronnen nodig hebben. Toch is het niet zo makkelijk om een glas-tot-glas vergelijking te maken. Ten eerste, hebben de meeste planten waarvan je “melk” kan maken verschillende klimaat-eisen. Daarom moeten de ingredienten voor je “duurzame” melk vaak ver reizen om naar jou toe te komen. Dat kost naturlijk veel energie, en veroorzaakt de uitstoot van broeikasgassen vanwege het vliegen. Ten tweede, vereisen de ingredienten heel veel verwerking voordat ze “melk” worden – weer niet zo energie–efficient. Maar zelfs als je met deze nadelen rekening houdt – is plantaardige melk beter voor onze planeet dan koemelk.

Het grootste probleem hier is om te kiezen. Hier moet je niet aleen milieu-redenen in de gaten houden, maar ook de kosten en de smaak. Lees maar dit bericht als je meer wilt weten over de verschillende plantaardige “melken”.