Nieuws

't Is juli en dus...

... is het hartje zomer en dat betekent dat er buiten in de natuur maar soms ook binnen in huis, beestjes rondvliegen waar de meeste mensen het niet zo op hebben begrepen: muggen dus.

Het heeft wat geregend en dus zijn er overal plassen en plasjes gevormd. In de goten, op platte daken, in kruiwagens die buiten staan enfin, noem maar op. Juist in die waterplasjes gaan de vrouwtjesmuggen hun eitjes leggen waar dan weer de muggenlarven uitkomen en waar dan uiteindelijk weer de muggen uitkomen.

Er is, vind ik, niets zo irritant als 's nachts een zoemende mug rond je hoofd.

Gelukkig steekt maar de helft van de muggen namelijk alleen de vrouwtjesmuggen.

De mannetjes steken niet. Die zijn strikt vegetariër en leven bij voorbeeld op de suikers in plantensappen en die mannetjesmuggen doen dus geen vlieg kwaad.

De vrouwtjesmuggen echter dragen de bevruchte eicellen in hun lichaam en die moeten nu uitgroeien tot eitjes en daar hebben ze voedsel, met name eiwitten voor nodig en die vinden ze dan, onder andere, in ons bloed.

Nu worden sommige mensen veel vaker door muggen gebeten dan anderen.

Dat komt, wordt er soms gezegd, omdat die slachtoffers zoet bloed hebben. Nou, je kunt misschien wel zoet bloed hebben, maar de mug heeft daar geen boodschap aan.

Zij merkt het verschil waarschijnlijk niet eens. Nee, de vrouwtjesmug kiest haar slachtoffers uit aan de hand van hun lichaamsgeur. Als u veel door muggen gestoken wordt, ruikt u, voor muggen althans, veel lekkerder dan anderen die veel minder vaak slachtoffer zijn.

Als de mug iemand heeft gestoken, spuit ze eerste een klein beetje speeksel in het wondje. Dat voorkomt dat het bloed gaat stollen en dus kan de mug haar vloeibare voedsel opzuigen. Als de mug vertrokken is, blijft dat speeksel achter en het lichaam reageert daarop door middel van een licht allergische reactie. Zo ontstaat een, jeukend, muggenbultje.

Maar niet alleen in de dierenwereld heeft de zomer onaangename verrassingen ook in de plantenwereld is het niet allemaal rozengeur en maneschijn.

Wat ik, op dit moment een levensgrote plaag daar vind in het buitengebied, is al die mais.

Je wandelt en fietst en je ziet op veel plaatsen alleen maar groene muren van mais waar je niet overheen kunt kijken. Je hele uitzicht is volledig verpest!

Gelukkig zijn er nog de bermen en de natuurgebieden.

Hele stroken daarvan zijn paars van het wilgenroosje met af en toe het geel van de teunisbloemen daartussen. Kom je in wat schaduwrijker gebieden dan zie je in de bermen vaak het vingerhoedskruid staan. Meestal paars/ roze maar soms ook mooi wit.

De zondagse naam voor het vingerhoedskruid is digitalis purpurea. Het verwijst naar de stof digitaline die uit deze plant werd gewonnen en vroeger werd gebruikt als medicijn voor hartpatiënten. Overigens, alles van het vingerhoedskruid is giftig. Dus alleen maar naar kijken en aankomen niet!

Herman Beuvens